6 x zo veel ouderkoppels van hetzelfde geslacht als in 1995. 25 jaar homohuwelijk

Leestijd: 4 minuten

Vrijdag 27 maart 2026 – 08:49 uur – Bron: Redactie Kerk/CBS-Tanja Traag – Beeld: Frauke Riether

HEERLEN    Begin 2024 waren er bijna 10 duizend koppels van gelijk geslacht met ten minste één thuiswonend kind. Dat zijn er 6 keer zo veel als in 1995. Van deze ouderkoppels bestaat 90 procent uit twee vrouwen en 10 procent uit twee mannen. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe cijfers.

In totaal maken ouderkoppels van gelijk geslacht ongeveer 0,5 procent uit van alle koppels met een thuiswonend kind jonger dan 25 jaar. De kinderen in deze gezinnen zijn bijvoorbeeld geboren via een donor of draagmoeder, zijn geadopteerd, of komen uit een eerdere relatie van één van de ouders. Ook kan er sprake zijn van meerouderschap.

Aantal vrouwenkoppels stijgt bijna elk jaar

In 2024 waren er bijna 9 duizend vrouwenkoppels met een thuiswonend kind jonger dan 25 jaar. Dat is meer dan 6 keer zo veel als in 1995. Het aantal twee-moederkoppels nam bijna elk jaar toe.

Ook het aantal twee-vaderkoppels nam toe: van 150 in 1995 naar duizend in 2024. De stijging lijkt op die van twee-moederkoppels (ook bijna 6 keer zoveel), maar het totale aantal is een stuk kleiner.

Meeste ouderkoppels van gelijk geslacht in en rond de grote steden

Ouderkoppels van gelijk geslacht vormen overal in Nederland een minderheid: nergens gaat het om meer dan 0,8 procent van alle ouderkoppels. In regio’s met grote steden is het aandeel wel wat hoger dan in meer landelijke regio’s.

Naar verhouding wonen de meeste ouderkoppels van gelijk geslacht in de COROP-regio’s Agglomeratie Haarlem, Arnhem/Nijmegen en Groot-Amsterdam. In 2024 was hier tussen de 0,7 en 0,8 procent van alle ouderkoppels van gelijk geslacht. In Zuidwest-Friesland, Zuidoost-Friesland en Overig Zeeland wonen naar verhouding juist weinig ouderkoppels van gelijk geslacht (0,3 procent).

 

Twee-vaderkoppels een stuk ouder bij geboorte kind

In 2024 was de jongste partner in een twee-vaderkoppel gemiddeld 34,1 jaar oud bij de geboorte van het oudste kind. Dat is ouder dan bij twee-moederkoppels (32,1 jaar) en vader-moederkoppels (29,2 jaar).

Voor alle ouderkoppels is de gemiddelde leeftijd bij de geboorte van het oudste kind gestegen sinds 1995. Bij twee-vaderkoppels nam de leeftijd het meest toe: met meer dan 8 jaar. Bij twee-moederkoppels nam de gemiddelde leeftijd iets minder toe en bleef na 2006 ongeveer gelijk.

Ook het gemiddelde leeftijdsverschil tussen de partners is groter bij koppels van hetzelfde geslacht. In 2024 was het leeftijdsverschil tussen twee vaders gemiddeld 10,6 jaar, en tussen twee moeders 6,4 jaar. Bij vader-moederkoppels was het gemiddelde leeftijdsverschil 3,7 jaar.

25 jaar na invoering homohuwelijk: ruim duizend echtparen vieren jubileum

Op 1 april is het vijfentwintig jaar geleden dat het eerste homohuwelijk in Nederland werd gesloten. Sindsdien trouwden ruim 36 duizend paren van hetzelfde geslacht, waarvan iets meer dan de helft bestond uit twee vrouwen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Begin 2026 telde Nederland 25 duizend echtparen van gelijk geslacht, waarvan bijna 12 duizend mannenparen en 13 duizend vrouwenparen. Hiervan zijn 600 mannenparen en 500 vrouwenparen in 2001 getrouwd. Zij kunnen dit jaar hun vijfentwintigjarig huwelijksjubileum vieren.

Nu meer huwelijken dan voor coronapandemie

Jaarlijks trouwen meer vrouwen dan mannen met iemand van hetzelfde geslacht. Alleen in de eerste twee jaar na de invoering was het aantal mannenparen groter. In de afgelopen vijf jaar werden jaarlijks gemiddeld 900 huwelijken tussen twee vrouwen gesloten en 750 huwelijken tussen twee mannen. Dit zijn er meer dan tussen 2016 en 2020, toen er jaarlijks zo’n 750 vrouwenparen en 600 mannenparen trouwden.

In 2020 was er een dip, doordat door coronamaatregelen huwelijken werden uitgesteld of niet doorgingen. Daarna herstelde het aantal zich en ligt het inmiddels hoger dan voor de pandemie. Ook bij man-vrouwhuwelijken is dit zo.

Mannenparen ouder bij huwelijk dan vrouwen

Mannenparen zijn meestal ouder als ze trouwen dan vrouwenparen. In 2025 waren mannen die met een andere man trouwden gemiddeld 41 jaar, bij vrouwenparen en man-vrouwparen was dat 37 jaar.

Ook het leeftijdsverschil tussen de partners is bij mannenparen met gemiddeld 7 jaar groter dan bij vrouwenparen (5 jaar) en paren van verschillend geslacht (4 jaar).

Meeste homoparen in Amsterdam

Van alle mensen die vanaf 2001 getrouwd zijn, hebben 17 op de duizend een partner van hetzelfde geslacht. In stedelijk gebied wonen naar verhouding meer gehuwden van gelijk geslacht. In Amsterdam wonen, met 44 per duizend, de meeste gehuwden van gelijk geslacht, gevolgd door Nijmegen (35 per duizend) en Groningen (29 per duizend). Ook in enkele omliggende gemeenten wonen relatief veel paren van gelijk geslacht. In minder stedelijke gemeenten wonen er minder, vooral in de Biblebelt. In Urk en Woudenberg gaat het om minder dan 1 per duizend gehuwden.

Vrouwenhuwelijken eindigen vaker in een echtscheiding

Jaarlijks stranden ruim 400 huwelijken van paren van gelijk geslacht. Huwelijken tussen twee vrouwen houden vaak minder lang stand dan huwelijken tussen twee mannen of tussen een man en een vrouw. Van de vrouwen die in 2015 met een andere vrouw trouwden, was 24 procent op 1 januari 2025 gescheiden. Dat is bijna twee keer zoveel als bij mannenparen (13 procent) en man-vrouwparen (ook 13 procent). Bij huwelijken die eerder of later werden gesloten, en voor geregistreerd partnerschappen, is dit hetzelfde; verbintenissen tussen vrouwen eindigen het vaakst in een (echt)scheiding.