Offerblokdief beschadigt biechtstoel tijdens vluchtpoging

  -MECHELEN- De derde poging om het offerblok van de Mechelse Hanswijkbasiliek leeg te roven, liep voor een 33-jarige man minder goed af. Tijdens zijn vluchtpoging verstopte hij zich in de 17e-eeuwse biechtstoel, maar raakte klem.

De rechtbank te Mechelen heeft zich woensdag over een strafdossier van diefstallen uit een offerblok gebogen. Een man ging er twee keer met de inhoud vandoor, een derde keer mislukte. Hij slaagde erin in maart twee keer in om met de inhoud van het offerblok aan de haal te gaan, een keer 5 euro en de andere keer bijna 100 euro.

De bewaker van de Basiliek herkende de man op camerabeelden, sloot bij zijn derde roofpoging de deuren en belde de politie. Daarop trachtte de man te vluchten en kroop in de biechtstoel uit de 17de eeuw. Die raakte daarbij behoorlijk beschadigd.

De man gaf toe vanuit Charleroi naar Mechelen te zijn gekomen om te stelen. Hij kampt met drugsproblemen en had geld nodig. De officier van justitie vroeg een strenge straf omdat de man al acht eerdere veroordelingen voor diefstallen heeft. ‘Het is genoeg geweest, een streng signaal is echt nodig. Ik vraag twee jaar celstraf’, sprak de procureur. ‘Als enige alternatief kan ik me nog vinden in een opname in een afkickkliniek, zodat hij eindelijk zijn drugsprobleem aanpakt.’

De advocaat van de man vroeg mildheid aan de rechter. ‘Hij koos bewust voor dat offerblok omdat hij dacht: dit zijn giften, ik val hiermee niemand in persoon aan. Maar de man moet inderdaad van de drugs af. Ik vraag een straf met probatiemaatregelen zodat hij zijn drugsverslaving kan aanpakken.’

De schade aan de biechtstoel wordt geraamd op bijna 5.500 euro, een bedrag dat de Parochie hoopt terug te krijgen van de man. Zijn advocaat verzette zich daartegen. ‘Hij staat terecht voor twee diefstallen en een poging tot diefstal, er is geen sprake van die beschadigingen in de aanklacht, dus vraag ik om deze vraag te willen afwijzen’, zo de advocaat.

Bron: VTM Foto: Pixabay-symboolfoto

Geef een reactie op dit artikel