Condoomtaks moet Chinees geboortecijfer opkrikken, maar dat wordt moeilijk (OPINIE)

Leestijd: 4 minuten

Dinsdag 27 januari 2026 – 07:58 uur – Bron: Redactie Kerk/(IPS/The Conversation-Dudley L. Poston Jr. – Beeld: Eucodu

Demograaf Dudley L. Poston van A&M University

TEXAS  China heft een taks op condooms en voorbehoedsmiddelen in de hoop dat dit tot meer baby’s zal leiden. Zal dit het historisch lage geboortecijfer in het land kunnen doen keren? “Hoogst onwaarschijnlijk”, schrijft demograaf Dudley L. Poston van A&M University.

China noemden we ooit het dichtstbevolkte land ter wereld, maar vandaag is het een van de vele Aziatische landen die kampen met een laag geboortecijfer. In een poging om de gemiddelde geboortes van 1 kind per vrouw te verdubbelen, grijpt Peking naar een nieuw middel: belastingen op condooms, de pil en andere voorbehoedsmiddelen.

Sinds 1 januari worden de artikelen belast met 13 procent btw. Diensten zoals kinderopvang en huwelijksbemiddeling blijven dan weer wel vrijgesteld van taksen.

De maatregel volgt op de toewijzing vorig jaar van 90 miljard yuan (bijna 11 miljard euro) voor een nationaal kinderopvangprogramma, waarbij gezinnen een eenmalige uitkering van ongeveer 3600 yuan (440 euro) krijgen voor elk kind van drie jaar of jonger.

Symbolische belasting

Ik bestudeer de demografie van China al bijna veertig jaar. Zo weet ik intussen dat eerdere pogingen van de communistische regering om het dalende vruchtbaarheidscijfer om te buigen door koppels aan te moedigen om meer kinderen te krijgen, niet hebben gewerkt.

Ik verwacht dus ook niet dat de nieuwe maatregelen veel effect zullen hebben op het vruchtbaarheidscijfer. Dat behoort momenteel tot het laagste ter wereld en ligt ver onder het ‘vervangingscijfer’ van 2,1 dat nodig is om een stabiele bevolking te behouden.

In veel opzichten is de belasting van 13 procent op voorbehoedsmiddelen symbolisch. Een pakje condooms kost zo’n 50 yuan (ongeveer 6 euro) en voor een maandvoorraad anticonceptiepillen betaal je gemiddeld ongeveer 130 yuan (16 euro). De nieuwe belasting is dus helemaal geen grote uitgave, het komt neer op slechts enkele euro’s per maand.

Vergelijk dat eens met de gemiddelde kosten voor het opvoeden van een kind in China, die worden geschat op 538.000 yuan (meer dan 65.000 euro) tot de leeftijd van achttien jaar, waarbij de kosten in stedelijke gebieden nog veel hoger liggen. Een 36-jarige vader vertelde de BBC dan ook dat hij zich geen zorgen maakt over de prijsstijging. “Een doos condooms kost misschien vijf yuan extra, misschien tien, hooguit twintig. Over een jaar genomen is dat slechts een paar honderd yuan, heel betaalbaar”, zei hij.

Tekortkomingen

China is een van de vele landen die een ‘pronatalistisch’ beleid voeren om de lage vruchtbaarheid aan te pakken. Maar dat beleid is zelden effectief.

De overheid in Singapore maakt zich al tientallen jaren zorgen over het zeer lage geboortecijfer in dat land. Men heeft geprobeerd manieren te bedenken om het geboortecijfer te verhogen door middel van programma’s zoals betaald zwangerschapsverlof, subsidies voor kinderopvang, belastingvermindering en eenmalige giften in cash geld. Toch blijft het geboortecijfer in Singapore – momenteel 1,2 – een van de laagste ter wereld.

De regering begon daar zelfs met beperkende maatregelen rond de bouw van kleine appartementen met één slaapkamer, in een poging om meer ‘gezinsvriendelijke’ woningen met twee of meer slaapkamers te stimuleren. Maar zelfs dat kon het lage geboortecijfer niet veranderen.

Singapore kreeg in 2012 zelfs hulp van snoepfabrikant Mentos. In een virale reclamecampagne riep het merk de burgers op om ‘National Night’ te vieren met wat echtelijke boom-boom, waarbij ze “hun patriottisme moesten laten exploderen” – in de hoop dat dit negen maanden later zou leiden tot een stijging van het aantal geboortes. Maar zelfs met de hulp van de particuliere sector lijkt het lastig om dalende vruchtbaarheidscijfers om te keren.

Zuid-Korea, het land met het laagste vruchtbaarheidscijfer ter wereld – 0,7 – stimuleert koppels al minstens twintig jaar met financiële bonussen om meer kinderen te krijgen.

Zo kwam er een verhoging van de maandelijkse toelage die al bestond voor gehuwde koppels, als ze kinderen kregen. Sinds 2006 heeft de Zuid-Koreaanse regering al meer dan 170 miljard euro uitgegeven aan programma’s om het Koreaanse geboortecijfer te verhogen.

Maar het vruchtbaarheidscijfer van Zuid-Korea is blijven dalen, van 1,1 in 2006 tot 1,0 in 2017, 0,9 in 2019 en 0,7 in 2024.

Ongunstige tegenwind

De benarde situatie waar China in verkeert is deels aan zichzelf te wijten. Gedurende verschillende decennia heeft het éénkindbeleid van het land ervoor gezorgd dat het vruchtbaarheidscijfer daalde. Dat werkte: er was een daling van meer dan 7,0 kinderen per koppel in het begin van de jaren zestig tot 1,5 in 2015.

Toen greep de regering opnieuw in, schafte het éénkindbeleid af en stond alle paren toe om twee kinderen te krijgen. In mei 2021 werd het tweekindbeleid afgeschaft en vervangen door een drie-kindbeleid.

De hoop was dat deze veranderingen zouden leiden tot een babyboom, met een aanzienlijke stijging van het aantal geboorten tot gevolg. Maar het vruchtbaarheidscijfer bleef dalen – tot 1,2 in 2021 en 1 in 2024.

Dat komt omdat de historische programma’s van China om het vruchtbaarheidscijfer omlaag te brengen succesvol waren omdat ze eigenlijk werden ondersteund door bredere maatschappelijke veranderingen: het beleid was van kracht terwijl China zich moderniseerde en zich ontwikkelde tot een geïndustrialiseerde en stedelijke samenleving.

Het beleid dat gericht is op het verhogen van het geboortecijfer stuit nu op een ongunstige maatschappelijke tegenwind. De modernisering heeft namelijk geleid tot betere onderwijs- en arbeidskansen voor vrouwen – een factor die velen ertoe aanzet om het krijgen van kinderen uit te stellen.

In feite is het grootste deel van de daling van het vruchtbaarheidscijfer in China, vooral sinds de jaren negentig, gewoon vrijwillig geweest – meer een gevolg van modernisering dan van beleid om de vruchtbaarheid te beheersen. Chinese stellen krijgen minder kinderen vanwege de hogere kosten van levensonderhoud en onderwijs.

Bovendien is China een van de duurste landen ter wereld om een kind op te voeden, in vergelijking met het gemiddelde inkomen. Het schoolgeld is op alle niveaus hoger dan in veel andere landen.

Veranderende levensstandaard

Een andere factor waarmee rekening moet worden gehouden, is wat demografen de ‘low-fertility trap’ noemen. Deze hypothese, in de jaren 2000 door demografen naar voren gebracht, stelt dat wanneer het vruchtbaarheidscijfer van een land onder 1,5 of 1,4 daalt – veel hoger dan het huidige cijfer in China – het erg moeilijk is om dit met 0,3 of meer te verhogen.

Het argument is dat de daling van de vruchtbaarheid tot deze lage niveaus grotendeels het gevolg is van veranderingen in de levensstandaard en toenemende kansen voor vrouwen.

Het is dan ook hoogst onwaarschijnlijk dat het Chinese beleid van drie kinderen enige invloed zal hebben op de verhoging van het vruchtbaarheidscijfer. Al mijn jarenlange studie van de demografische trends in China, doen mij sterk geloven dat een prijsverhoging van voorbehoedsmiddelen hierop amper effect zal hebben.

__

Dit artikel is eerder verschenen bij MariaBode-partner The Conversation.