Donderdag 21 mei 2026 – 07.32 uur Bron:: Redactie Binnenland/CBS-Frank Notten – Beeld: Gerd Altmann
VATICAANSTAD Het Vaticaan heeft richtlijnen gepubliceerd voor de verdere uitvoering van de Wereldsynode.
Na de voorlopige afronding in oktober 2024 van het wereldwijde katholieke kerkhervormingsproject voor een meer synodale kerk, geïnitieerd door wijlen Paus Franciscus, begint in 2027 een nieuwe fase in vier delen. De weg naar een grotere participatie in de kerk zal culmineren in een grote synode met Paus Leo XIV in het Vaticaan in oktober 2028, zoals het synodesecretariaat gistermiddag bekendmaakte.
In eerste instantie zullen de afzonderlijke bisdommen verslag doen van hun ervaringen met de uitvoering van het in 2024 aangenomen eindverslag. Na deze fase in de eerste helft van 2027 nemen de nationale en regionale bisschoppenconferenties het over. Zij zullen de verslagen van hun bisdommen verzamelen en tegelijkertijd een theologische en pastorale interpretatie van de gevolgde weg opstellen. De derde fase vindt plaats op continentaal niveau in de eerste vier maanden van 2028. Deze vergaderingen zullen elk een rapport indienen met daarin gemeenschappelijke prioriteiten en richtlijnen.
De inhoud hiervan zal vervolgens dienen als basis voor het werkdocument voor de uiteindelijke “kerkelijke Vergadering” in het Vaticaan in het najaar van 2028. De precieze invulling van deze vergadering moet nog worden vastgesteld. De vorming van besluitvormingsgroepen om dieper in te gaan op belangrijke thematische gebieden van het proces is reeds besloten. De resultaten zullen vervolgens aan de Paus worden gepresenteerd.
Het Synodesecretariaat verduidelijkt dat de fasen niet bedoeld zijn om de oorspronkelijke synodeconsultatie te herhalen of om aanvullende beraadslagingen te initiëren. Ze zijn veeleer bedoeld om de reeds opgedane ervaringen binnen het synodeproces te herinterpreteren en de geleerde lessen binnen de kerk uit te wisselen.
Evenwichtige selectie van deelnemers
Volgens het secretariaat zal de selectie van deelnemers een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen en van alle generaties garanderen. Bovendien is het belangrijk om culturele en kerkelijke diversiteit in het proces te betrekken. Dit omvat niet alleen gewijde mannen – met name priesters – en leden van religieuze ordes, maar ook leden van verenigingen, bewegingen en nieuwe gemeenschappen, evenals gelovigen die niet tot een georganiseerde structuur behoren. De deelname van mensen in moeilijke levensomstandigheden wordt uitdrukkelijk aangemoedigd. Vertegenwoordigers van andere kerken of religies kunnen, indien passend, ook deelnemen.
























