Belastingaangifte 2018 komt er aan: Pas op met de ziektekosten

De belastingaangifte 2018 komt er aan, zoals ieder jaar veranderen de aftrekposten, het wordt er niet beter op, maar er zijn nog altijd tal van zaken die ook voor U van belang en voordeel kunnen zijn. Wij zetten ze samen met de consumentenbond op een rij.

Door slim gebruik te maken van aftrekposten bij de belastingaangifte voor 2018, kunt U aardig wat geld besparen. Maar voor ziektekosten zijn de aftrekmogelijkheden behoorlijk beperkt.

Wie gezond is en weinig zorgkosten maakt, kan nog maar weinig aftrekposten opvoeren. De kosten voor een bril of een doosje maagzuurremmers van de drogist bijvoorbeeld zijn niet meer aftrekbaar. Ook de premie van Uw zorgverzekering en het eigen risico mag U niet in mindering brengen.

En áls U al kosten mag aftrekken bij de belastingaangifte, geldt ook nog een forse drempel, die vooral bovenmodale inkomens parten speelt.

Ter illustratie: een gezin dat vorig jaar een gezamenlijk inkomen had van 60.000 euro (ruim anderhalf keer modaal), heeft te maken met een drempel van maar liefst 1.785 euro. Alleen de zorgkosten die daar bovenuit komen zijn aftrekbaar.

De overheid wil hiermee de aftrek beperken voor wie dit het hardst nodig heeft: chronisch zieken met hoge zorgkosten en een relatief laag inkomen.

Benieuwd wat U nog wèl in mindering mag brengen bij je belastingaangifte over 2018?

Hoe gaat het in zijn werk?

U mag de ziektekosten opvoeren van Uzelf, Uw fiscaal partner en eventuele kinderen die jonger zijn dan 27 jaar en de kosten niet zelf kunnen dragen.

U mag alleen de kosten aftrekken waarvoor U geen vergoeding krijgt. Alles wat U terugkrijgt via Uw (aanvullende) zorgverzekering of andere instanties, zoals bijzondere bijstand, vallen dus buiten de aftrek. Ook ziektekosten die U voorschiet, maar later alsnog krijgt vergoed mag U niet aftrekken.

Dat geldt ook voor de premie voor Uw ziektekostenverzekering en het verplichte en eventueel vrijwillige eigen risico.

De wettelijke bijdrage aan het Centraal Administratiekantoor (CAK), voor bijvoorbeeld hulp in de huishouding, thuiszorg of verblijf in een zorginstelling, valt eveneens buiten de aftrek.

Tandarts, fysiotherapeut en logopedist

Alle overige kosten komen wel voor aftrek in aanmerking. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een dure tandheelkundige behandeling die niet of slechts gedeeltelijk wordt gedekt door Uw aanvullende verzekering. Of aan bezoekjes aan de mondhygiënist, logopedist, fysiotherapeut, homeopaat of acupuncturist waarvoor U niet aanvullend een verzekering heeft afgesloten.

Medicijnen

Het heeft geen zin de bonnetjes te bewaren van het doosje paracetamol of hoestpastilles die U bij de drogist koopt. Aftrek is namelijk alleen mogelijk voor de kosten van medicijnen die door een arts zijn voorgeschreven en die U volledig uit eigen zak heeft betaald. Dit kunnen ook homeopathische medicijnen zijn. Let wel: het gaat alleen om medicijnen die als geneesmiddel worden gebruikt. Medicatie om een ziekte te voorkomen is helaas niet aftrekbaar.

Dieetkosten

Voor dieetkosten geldt een vergelijkbaar regime. Een afslankkuur bij de drogist mag U niet als aftrekpost opvoeren, maar de rekening van een dieet op voorschrift van een arts of diëtist wèl. U moet hiervoor een vast bedrag aftrekken, afhankelijk van het type dieet. De hoogte hiervan kan U vinden in deze dieetlijst voor 2018 van de Belastingdienst.

Heeft U dit dieet maar een deel van het jaar gevolgd, dan moet U de kosten naar rato opvoeren. Bent U bijvoorbeeld zes maanden op dieet geweest, dan mag U van het vaste bedrag uit de lijst dus de helft aftrekken.

Als U twee dezelfde diëten hebt gevolgd voor verschillende ziektebeelden, mag U éénmaal tot aftrek overgaan. Dit geldt ook als U voor het zelfde ziektebeeld twee of meer diëten van deels dezelfde typering volgt. U mag wel het hoogste bedrag kiezen.

Maar volgu U twee diëten met verschillende typeringen voor hetzelfde ziektebeeld, dan mag U het bedrag voor beide diëten aftrekken.

Dyslexie

Krijgt Uw kind ondersteuning voor dyslexie, dan moet U goed opletten. Dyslexiezorg voor minderjarigen is niet aftrekbaar. Maar een dyslexiepakket, zoals een softwarepakket, is dat dat weer wèl.

Hulpmiddelen

Voor medische hulpmiddelen moet U goed op de lijst van de Belastingdienst kijken, want lang niet alles mag U in mindering brengen. Bonnetjes voor de aanschaf van bijvoorbeeld steunzolen, een gehoorapparaat (zie verderop) of een prothese mag U opvoeren. Dit geldt ook voor alle nota’s voor reparaties, onderhoud en de verzekering van deze hulpmiddelen.

Maar de aftrek voor kosten voor bijvoorbeeld de aanschaf van een rollator, looprek, krukken, een scootmobiel of rolstoel is al enkele jaren geleden afgeschaft. Voor een eerder gekochte scootmobiel of rolstoel mag U nog wel de afschrijvingskosten opvoeren (zie verderop).

… zoals de bril

Hulpmiddelen die Uw gezichtsvermogen vervangen, zoals een blindenstok, een blindengeleidehond of specifieke aanpassingen aan de computer, zijn eveneens aftrekbaar.

Maar middelen die U helpen beter te zien, zoals een bril, contactlenzen of een ooglaserbehandeling zijn dat niet.

Heeft U vorig jaar een gehoorapparaat gekocht waarvan een deel van de kosten niet werd vergoed, dan mag U het deel dat U zelf heeft betaald aftrekken. Voorwaarde is wel dat de meerprijs is ontstaan omdat U een duurder apparaat wilde hebben om functionele redenen (bijvoorbeeld omdat dat apparaat beter is of prettiger zit). Heeft U een duurder apparaat aangeschaft vanwege een persoonlijke voorkeur (bijvoorbeeld omdat U liever een andere kleur wilde), dan zijn deze extra kosten niet aftrekbaar.

Ook voor deze aftrekpost geldt dat kosten alleen aftrekbaar zijn voor zover deze niet onder het verplicht en vrijwillig eigen risico of een verplichte eigen bijdrage vallen.

Ook voor andere hulpmiddelen geldt dat de fiscus niet meebetaalt aan extra kosten, omdat bijvoorbeeld het hulpmiddel in een andere kleur wil of andere specifieke voorkeuren hebt.

Afschrijvingen voor vervoer(hulp)middel

Zoals gezegd zijn de kosten voor een rolstoel of scootmobiel niet meer aftrekbaar. Maar eventuele afschrijvingskosten zijn dat voorlopig nog wel. Heeft U zo’n vervoermiddel voor 2014 aangeschaft en nog niet helemaal afgeschreven, dan mag U het bedrag van de afschrijving blijven aftrekken tot de afschrijvingstermijn is verlopen.

Deze bedraagt in de meeste gevallen vijf jaar, dus voor de meeste belastingbetalers is dit het laatste jaar dat op deze middelen nog aftrek mogelijk is. Houd hierbij wel rekening met de restwaarde. Deze is meestal 10 procent.

Afschrijven is vaak nodig voor hulpmiddelen die na gebruik nog door andere mensen kunnen worden overgenomen. Dit geldt over het algemeen niet voor hulpmiddelen die op maat zijn gemaakt of speciaal voor jou zijn aangepast. Deze kosten had U destijds in één keer moeten aftrekken.

Aanpassingen aan de woning

De kosten voor aanpassingen aan een woning, zoals een aangepaste doucheruimte, zijn niet aftrekbaar. Ook energiekosten of huur voor een aangepaste woning of extra kosten omdat bijvoorbeeld vloerbedekking vanwege een rolstoel sneller slijt mag U niet in mindering brengen. Dat geldt eveneens voor de kosten voor een verhuizing naar een verzorgingshuis en de inrichting van de nieuwe woonruimte.

Overige aanpassingen

Andere aanpassingen, bijvoorbeeld aan Uw auto of computer, zijn wel aftrekbaar, mits deze vooral worden gebruikt door de zieke of invalide persoon waarvoor die aanpassingen zijn bedoeld.

Zorgrobots

Steeds meer mensen maken gebruik van robots om hun dagelijks leven te vergemakkelijken. De kosten hiervoor zijn uitsluitend aftrekbaar als het gaat om een zorgrobot die wordt aangemerkt als hulpmiddel.

De kosten voor een robotstofzuiger zijn dus niet aftrekbaar; ook al gebruikt U die omdat U om medische redenen het huishouden niet kunt doen. Maar een robot die U helpt bij eten en drinken mag U wèl in aftrek brengen.

Vervoerskosten

De kosten voor vervoer naar het ziekenhuis of de huisarts mag U in mindering brengen op je inkomen. Denk bijvoorbeeld aan het bonnetje voor een taxirit of de kosten voor een busrit.

Reist U met de automobiel, dan mag U niet alleen de benzinekosten aftrekken, maar ook parkeergelden, kosten voor onderhoud, afschrijving en de verzekeringspremie. Zelfs de kosten voor de wasstraat zijn aftrekbaar.

De berekening van deze kosten gaat als volgt. Eerst moet U de werkelijke kosten delen door het aantal gereden kilometers. Hier rolt kilometerprijs uit. Deze moet U vervolgens vermenigvuldigen met het aantal kilometers dat U voor het bezoek aan de arts of ziekenhuis hebt gereden.

… extra of bijzondere kosten voor chronisch zieken

Chronisch zieken die vaak naar hun huisarts of het ziekenhuis moeten, geven aanzienlijk meer geld uit aan vervoer dan gezonde mensen. Deze extra kosten mag U aftrekken, na aftrek van eventuele vergoedingen van Uw zorgverzekeraar.

U moet wel aannemelijk kunnen maken dat U inderdaad duurder uit bent dan iemand met een vergelijkbaar inkomen die niet ziek of invalide is. Om hierachter te komen kunt U Uw eigen kosten vergelijken met de gemiddelden op de website van het Nibud.

Staat er in de Nibud-tabel bij Uw inkomen en huishouden een bedrag van 324 euro, maar geeft U iedere maand 400 euro uit aan vervoer, dan mag U voor die maand dus 76 euro als aftrek opgeven bij de belastingaangifte.

Reiskosten voor bezoek aan familie

Ook de reiskosten voor ziekenbezoek aan huisgenoten zijn aftrekbaar. Hier worden wel strikte eisen aan gesteld. U mag de kosten alleen opvoeren als de patiënt in totaal langer dan een maand is verpleegd voor dezelfde aandoening. De afstand tussen Uw woning en het ziekenhuis/verzorgingstehuis moet bovendien langer zijn dan tien kilometer.

Voor autoritjes mag U 19 cent per kilometer aftrekken en voor ritten per taxi of het openbaar vervoer de werkelijke reiskosten.

Gezinshulp

Wie extra gezinshulp krijgt, mag onder voorwaarden de kosten aftrekken. Verdiende U vorig jaar meer dan 31.367 euro, dan mag U alleen de kosten opvoeren die boven een bepaalde drempel uitkomen. Deze bedraagt 1, 2 of 3 procent van Uw inkomen, afhankelijk van de hoogte van Uw zogeheten drempelinkomen: het resultaat van alle inkomsten en aftrekposten.

Zoals gezegd is de wettelijke eigen bijdrage aan het CAK voor bijvoorbeeld hulp in de huishouding of thuiszorg niet aftrekbaar.

Kleding en beddengoed

Een andere aftrekpost zijn kosten voor extra kleding en beddengoed. Voor deze uitgaven mag U net als vorig jaar een vast bedrag aftrekken: 300 euro. Kunt U aantonen dat de extra uitgeven hoger waren dan 600 euro, dan geldt een hogere aftrekpost, van 750 euro.

Voorwaarde om voor deze fiscale tegemoetkoming in aanmerking te komen is wel dat de kosten rechtstreeks het gevolg zijn van ziekte of invaliditeit en dat deze ziekte (naar verwachting) minimaal een jaar duurt.

U moet de kosten verder naar rato opvoeren. Bent U bijvoorbeeld vanaf juli ziek geweest, dan mag U dus de helft van het bedrag aftrekken.

Overige ziektekosten

Wilt U weten welke overige kosten in Uw belastingaangifte over 2018 aftrekbaar zijn, kijk dan op dit overzicht van aftrekbare zorgkosten voor Uw belastingaangifte over 2018 van de Belastingdienst.

Uitvaart

De kosten voor uitvaart of crematie vormen geen aftrekpost voor ziektekosten. U mag deze wel aftrekken van de erfenis, voor de erfbelasting. Wel moet U van deze kosten eventuele uitkeringen van een uitvaartverzekering aftrekken.

Drempel kosten zorg bij belastingaangifte 2018

Heeft U alle kosten bij elkaar opgeteld, dan is het nog maar de vraag of U voor aftrek in aanmerking komt. U mag namelijk alleen het deel van de uitgaven aftrekken dat uitkomt boven een bepaalde drempel. De hoogte van deze drempel hangt af van Uw drempelinkomen.

De lat ligt hoog, vooral voor hogere inkomens. Voor een inkomen onder de 7.647 euro ligt de drempel op 131 euro. Komt Uw drempelinkomen niet boven de 40.619 euro uit, dan bedraagt de drempel 1,65 procent van dat inkomen. Daarboven geldt een drempel van 670 euro, vermeerderd met 5,75 procent van het bedrag boven 40.619 euro.

Heeft U een inkomen van 40.000 euro, dan ligt de drempel dus op 660 euro. Alleen de kosten die daarboven uit komen mag U aftrekken.

Voor mensen met een fiscaal partner geldt voor een gezamenlijk inkomen onder 15.294 euro een drempel van 262 euro. Daarboven gelden dezelfde drempels als bij mensen zonder fiscaal partner. Deze bedragen worden dus niet verdubbeld. U moet wel de zorgkosten en beide inkomens bij elkaar optellen.

Extra verhoging voor de lagere inkomens

De overheid komt mensen met een laag inkomen extra tegemoet: zij mogen meer aftrekken dan ze in werkelijkheid hebben betaald voor zorgkosten. Komt Uw (gezamenlijke) drempelinkomen niet boven de 34.404 euro uit, dan mag U namelijk het bedrag voor de uitgaven voor specifieke zorgkosten verhogen met een bepaald percentage: 113 procent voor wie op 1 januari 2018 de AOW-leeftijd had bereikt en 40 procent voor wie op dat moment nog niet de AOW-leeftijd had bereikt.

Heeft U een fiscaal partner en heeft een van beiden nog niet de AOW-leeftijd bereikt, dan mogen beide partijen een verhoging van 113 procent doorvoeren.

Maar let op! De uitgaven voor genees- en heelkundige hulp en de reiskosten ziekenbezoek tellen niet mee voor deze verhoging. Alle overige posten wel.

Bron: Consumentenbond/belastingdienst/Nibud Foto: Pixabay

Geef een reactie op dit artikel