NEDERLAND: Bevolking groeit minder snel, minder vacatures, inflatie stijgt maar door…

Leestijd: 6 minuten

Donderdag 30 april 2026 – 07:55 uur – Bron: Redactie Binnenland/CBS-Peter Hein van Mulligen/Tanja Traag- Beeld: MB

HEERLEN      Nederland staat in de ‘achteruitversnelling’ De groei van de bevolking stokt, het aantal banen neemt zoals verwacht af door enerzijds een verslechterende economie en anderzijds de razendsnelle op komst van KI (kunstmatige intelligentie) en de inflatie blijft maar stijgen….

De bevolking van Nederland is in het eerste kwartaal van 2026 met iets minder dab 10 duizend inwoners gegroeid. In dezelfde periode vorig jaar waren dat er ruim twee keer zo veel. De bevolkingsgroei kwam volledig door migratie, er overleden meer mensen dan er geboren werden. Nederland telde eind maart 18,14 miljoen inwoners. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van voorlopige cijfers.

De bevolkingsgroei in het eerste kwartaal van 2026 is de laagste sinds 2015. Toen nam de bevolking in het eerste kwartaal toe met ruim 9 duizend mensen. Tussen 2016 en 2025 groeide het aantal inwoners in het eerste kwartaal met gemiddeld 22 duizend. Er kwamen toen meer migranten. 2022 was een uitschieter met een groei van 51 duizend, vooral door de immigratie van Oekraïense vluchtelingen.

Minder immigranten, evenveel emigranten

De lagere bevolkingsgroei komt doordat de immigratie lager is dan een jaar eerder. In het eerste kwartaal van 2026 kwamen er 66 duizend immigranten naar Nederland, in dezelfde periode vorig jaar 79 duizend. De emigratie bleef gelijk: in beide jaren vertrokken ruim 48 duizend mensen naar het buitenland.

Per saldo groeide de bevolking dus met 18 duizend inwoners door migratie. Dat is 13 duizend minder dan in dezelfde periode vorig jaar. De immigratie is lager dan in de eerste kwartalen van de vier voorgaande jaren, maar wel iets hoger dan in 2019, het jaar voor de coronapandemie.

Vooral minder Syriërs

Er immigreerden vooral minder Syriërs naar Nederland. In het eerste kwartaal van 2026 schreven 4,6 duizend Syriërs zich in bij een Nederlandse gemeente, een jaar eerder 9,5 duizend. Dit zijn vooral mensen die een asielvergunning hebben gekregen. Zodra asielzoekers zich inschrijven bij een Nederlandse gemeente, tellen ze als immigrant. Doordat er ook 500 Syriërs emigreerden, kwamen er per saldo ruim 4 duizend Syriërs bij. Ook uit Irak, Iran en Somalië, landen van waaruit ook hoofdzakelijk asielmigranten komen, kwamen minder immigranten dan een jaar eerder.

Het aantal Chinese en Poolse immigranten daalde ook, en er emigreerden meer mensen van Chinese of Poolse herkomst dan er immigreerden. In de jaren ervoor was dat nog andersom.

Het aantal Roemeense immigranten is wel hoger dan een jaar eerder. In het eerste kwartaal van 2026 kwamen er per saldo ruim 900 Roemenen bij door migratie. Het migratiesaldo van mensen uit een ander EU-land dan Nederland bleef vrijwel gelijk: er immigreerden bijna 3 duizend meer dan er emigreerden. Het migratiesaldo van mensen met een Oekraïense herkomst was voor het eerst sinds 2022 weer hoger, met ruim 3 duizend. De immigratie van Oekraïners bleef ongeveer gelijk, maar er vertrokken minder Oekraïense mensen.

Meer mensen overleden dan baby’s geboren

In het eerste kwartaal werden er 40 duizend kinderen geboren en overleden 48 duizend mensen. Er werden duizend kinderen meer geboren dan een jaar eerder, en het aantal sterfgevallen was bijna even hoog. De natuurlijke aanwas (aantal geboorten min het aantal sterfgevallen) kwam in het eerste kwartaal op -8,2 duizend. In dezelfde periode vorig jaar was dit -9,8 duizend.

Minder vacatures in eerste kwartaal van 2026

Het aantal vacatures daalde in het eerste kwartaal van 2026 met 6 duizend en het aantal werklozen nam licht toe met 3 duizend. De spanning op de arbeidsmarkt nam hierdoor verder af: voor elke 100 werklozen zijn er 91 vacatures. Het aantal banen steeg met 2 duizend. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Aan het einde van het eerste kwartaal stonden er 378 duizend vacatures open, een daling van 6 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Het aantal vacatures is vrijwel elk kwartaal gedaald sinds het derde kwartaal van 2022. De meeste vacatures zijn in de zorg, handel en de zakelijke dienstverlening. Deze drie bedrijfstakken zijn goed voor ruim de helft van alle openstaande vacatures.

Sterkste daling vacatures in het openbaar bestuur

In de meeste bedrijfstakken zijn ongeveer evenveel vacatures als een kwartaal eerder. In het openbaar bestuur daalde het aantal openstaande vacatures met 2 duizend naar 22 duizend. Ook in de zakelijke dienstverlening nam het aantal vacatures af met 2 duizend, naar 62 duizend. In de horeca nam het aantal vacatures toe met ruim 1 duizend naar 27 duizend.

Minder nieuwe vacatures

In het eerste kwartaal van 2026 ontstonden er 359 duizend nieuwe vacatures, 4 duizend meer dan in het laatste kwartaal van 2025. In totaal werden 365 duizend vacatures vervuld. Dat zijn er 9 duizend meer dan een kwartaal eerder. Toen nam het aantal nieuwe en vervulde vacatures nog af.De vacaturegraad nam het afgelopen kwartaal licht toe van 40 naar 41. Dit betekent dat er per duizend banen van werknemers 41 vacatures openstonden. De bouw blijft ondanks een lichte daling, van 75 naar 74, de bedrijfstak met de hoogste vacaturegraad. De vacaturegraad in het onderwijs is gelijk gebleven met 16 vacatures per duizend banen en is opnieuw het laagst.

Opnieuw minder zelfstandigenbanen

Werknemers en zelfstandigen werkten in het eerste kwartaal in totaal ruim 3,7 miljard uur. Dat is –gecorrigeerd voor seizoensinvloeden– 0,2 procent minder dan het kwartaal ervoor. Het aantal banen van zelfstandigen daalde met 4 duizend naar bijna 2,4 miljoen en het aantal gewerkte uren met 1,0 procent. Bij werknemers nam het aantal banen toe met 6 duizend en steeg het aantal gewerkte uren met 0,1 procent naar bijna 3,0 miljard uur.

Meer flexwerknemers, minder zzp’ers

Van de 9,8 miljoen mensen met betaald werk in het eerste kwartaal van 2026 waren er ruim 5,6 miljoen werknemers met een vaste arbeidsrelatie. Dat zijn er 3 duizend minder dan een kwartaal eerder. Ruim 2,7 miljoen werknemers hebben een flexibele arbeidsrelatie, 17 duizend meer dan een kwartaal eerder. Het aantal flexwerknemers is vier kwartalen op rij gestegen, het zijn er nu 67 duizend meer dan een jaar eerder.

In het eerste kwartaal van 2026 hadden bijna 1,5 miljoen mensen een hoofdbaan als zelfstandige. Daarmee waren er 15 duizend zelfstandigen minder dan een kwartaal eerder. Deze daling komt geheel voor rekening van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Het aantal zzp’ers daalt nu vijf kwartalen op rij, het zijn er nu 116 duizend minder dan in het vierde kwartaal van 2024.

Werkloosheid hoog onder jongeren

In het eerste kwartaal waren 413 duizend mensen werkloos. Dat zijn 3 duizend werklozen meer dan een kwartaal eerder. Werklozen zijn mensen die geen betaald werk hebben, maar daar wel recent naar hebben gezocht en op korte termijn beschikbaar zijn. Het werkloosheidspercentage bleef met 4,0 gelijk. Dit percentage is geleidelijk toegenomen na het tweede kwartaal van 2022, toen 3,3 procent van de beroepsbevolking werkloos was. De werkloosheid nam sindsdien toe in alle leeftijdsgroepen en is het hoogst onder jongeren van 15 tot 25 jaar (9,2 procent).

Toename kortdurend werklozen

Het aantal kortdurend werklozen, degenen die korter dan een jaar op zoek zijn naar werk, nam in het eerste kwartaal toe van 337 duizend naar 348 duizend. Het aantal kortdurend werklozen neemt nu zes kwartalen op rij toe. Het aantal langdurig werklozen is in diezelfde periode nauwelijks veranderd.

Meer onderbenutte deeltijders

Deeltijdwerkers die meer uren willen werken, zitten niet in de werkloosheidscijfers. Het aantal onderbenutte deeltijders nam in het eerste kwartaal van 2026 toe van 539 duizend naar 559 duizend. Dat is het hoogste aantal in ruim vier jaar. Zij werken in deeltijd, en geven aan meer uren te willen werken en hiervoor ook direct beschikbaar te zijn.

Ook mensen zonder werk die óf niet recent naar werk hebben gezocht (178 duizend) óf die niet direct zouden kunnen beginnen (108 duizend), zijn niet opgenomen in de werkloosheidscijfers. Deze twee laatste groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. Het aantal semiwerklozen is al vier jaar vrijwel onveranderd.

Inflatie in april 2,8 procent bij snelle raming

De inflatie in april 2026 was 2,8 procent bij de snelle raming, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze raming is berekend op basis van nog onvolledige brongegevens. In maart 2026 was de inflatie 2,7 procent.

De inflatie wordt elke maand gemeten als de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van dezelfde maand in het voorgaande jaar. De CPI geeft ook inzicht in de prijsontwikkeling in vergelijking met een maand eerder. Bij de snelle raming stegen de prijzen voor consumenten in april met 1,1 procent ten opzichte van maart.

Prijsontwikkelingen op korte termijn

Bij de snelle raming stegen de prijzen voor consumenten in april met 1,1 procent ten opzichte van maart. In de afgelopen tien jaar was de maandmutatie in april gemiddeld 0,6 procent. Een kanttekening bij een vergelijking tussen twee opeenvolgende maanden is dat rekening moet worden gehouden met de invloed van het seizoen. Zo is kleding tijdens de uitverkoop goedkoper. De prijzen zijn dan tijdelijk lager, maar dit is geen structurele prijsdaling.