BRUSSEL Van alle Europeanen werken Nederlanders, Zweden en Luxemburgers het vaakst van thuis uit. “Sinds covid-19 is telewerk in bijna geen enkele lidstaat nog weg te denken”, zegt agentschap Eurofound.
In Luxemburg werkte 41 procent van de werknemers minstens af en toe van thuis uit, in Nederland en Zweden was dat 38 procent. Het gaat om cijfers over 2024 die geanalyseerd werden door Eurofound, het EU-agentschap dat onderzoek doet naar de levens- en arbeidsomstandigheden in Europa.
In totaal werkt een op de vijf werknemers in de EU op afstand of kan gebruik maken van een ‘flexibele werkregeling’, maar er zijn aanzienlijke verschillen binnen het blok: in Bulgarije (8 procent), Hongarije (7 procent), Italië (6 procent) en Roemenië (4 procent) werkte in 2024 minder dan een op de tien werknemers ooit van thuis uit.
Telewerk
Het nieuwe rapport bundelt de resultaten van de recentste studie naar flexibele werkregelingen en hun effecten op de kwaliteit van het werk, de gezondheid en de balans tussen werk en privéleven.Het laat zien dat de covid-19-pandemie een blijvende impact heeft gehad op telewerken en de bredere organisatie van werk in Europa. Vergeleken met 2015 is het aandeel werknemers dat in de EU (deels of gedeeltelijk) thuiswerkt in 2024 immers aanzienlijk gestegen: van 8 naar 22 procent.
De grootste stijgingen werden opgetekend in Luxemburg (30 procentpunten), Duitsland (26 procentpunten), België (22 procentpunten), Finland (22 procentpunten), Ierland (20 procentpunten) en Zweden (20 procentpunten). Ook in landen met aanvankelijk lage percentages, zoals Tsjechië, Letland en Slowakije werden grote stijgingen waargenomen.
Recht om offline te zijn
Hoewel flexibele regelingen over het algemeen de kwaliteit van de werktijd en het evenwicht tussen werk en privéleven hebben verbeterd, blijven er ook risico’s bestaan, waarschuwt Eurofound. “Werknemers die op afstand werken, blijven onevenredig vaak blootgesteld aan onregelmatige werktijden, hoge werkdruk en langdurige bereikbaarheid. Hoogopgeleide werknemers hebben ondanks hun grotere autonomie vaak ook te maken met langere werkdagen, terwijl laagopgeleide werknemers te maken hebben met meer gefragmenteerde werktijden waarover zij weinig zeggenschap hebben.”
Cruciaal is volgens het onderzoek dat de wetgeving wordt aangepast om die uitdagingen aan te pakken. Het recht om offline te zijn bijvoorbeeld levert duidelijke voordelen op: acht jaar na de invoering ervan in Frankrijk behoren Franse werknemers nu tot de groep in de EU die het minst vaak buiten de werktijden wordt benaderd.
In 2025 hadden dertien lidstaten bepalingen inzake het recht op ontkoppeling in hun nationale wetgeving opgenomen.
























