VATICAANSTAD Paus Leo XIV heeft de statuten van de Pauselijke Internationale Maria Academie (PAMI) fundamenteel hervormd door middel van een Pauselijk decreet dat zaterdag is gepubliceerd.
De nieuwe regels zijn erop gericht de wetenschappelijke studie van de Maagd Maria nauwer te verbinden met de huidige uitdagingen op het gebied van dialoog, cultuur en vrede, zo meldt de Vaticanse perskamer.
Het document, ondertekend door aartsbisschop Edgar Peña Parra, plaatsvervanger van het Staatssecretariaat, bepaalt dat de nieuwe statuten al op 2 februari 2026 – het feest van de Presentatie van de Heer – in werking treden. De hervorming maakt deel uit van de lopende aanpassingen aan de nieuwe Curie Constitutie, Praedicate Evangelium, het bijbehorende document is nu gepubliceerd.
De nieuwe statuten benadrukken de rol van de Mariologie als een “noodzakelijke aanwezigheid in de dialoog tussen culturen”. De Academie zal voortaan drie complementaire paden bewandelen: het pad van de waarheid door de bevordering van wetenschappelijke uitwisseling tussen Mariologen wereldwijd; Het pad van schoonheid door de waardering van artistieke uitingen, pelgrimstochten en devoties; en het pad van liefde. Dit laatste pad beoogt ervoor te zorgen dat de Mariaverering niet versteent tot een “steriele devotie”, maar bijdraagt aan de integrale ontwikkeling van het individu.
De PAMI werd oorspronkelijk in 1946 opgericht door de Franciscaanse Orde (OFM) en in 1959 door Paus Johannes XXIII verheven tot een Pauselijke academie. Ook na de hervorming blijft de historische band met de Franciscaanse Orde en de Pauselijke Antonianum Universiteit bestaan.
De belangrijkste organisatorische aspecten van de nieuwe statuten betreffen voornamelijk het leiderschap. De president wordt door de Paus benoemd voor een termijn van vijf jaar en is doorgaans lid van de Franciscaanse Orde. Ook met betrekking tot het lidmaatschap zijn er veranderingen. Het aantal volwaardige leden is beperkt tot 90. Bijzonder opmerkelijk is de expliciete openstelling voor “prominente internationale figuren in de theologische en humanistische wetenschappen”, ongeacht of zij religieus zijn of niet. Christenen van andere denominaties en leden van andere religies kunnen nu ook als lid worden opgenomen. Een andere vernieuwing is het toezicht. De coördinatie zal voortaan worden verzorgd door de Dicasterie voor Cultuur en Onderwijs, terwijl de financiële zaken strikt zullen worden gecontroleerd door het Secretariaat voor Economie.
Een centrale missie van de Academie blijft de organisatie van de Internationale Mariologische Congressen. Daarbij zal zij ernaar streven een “gezonde volksdevotie” te bevorderen en tegelijkertijd theologische extremen, zoals Mariaverering in de zin van doorgeslagen en overmatig dogmatisme te vermijden en tegelijkertijd verwaarlozing van Maria’s rol te voorkomen.
Er zal ook een nieuw “Bureau voor Promotie en Ontwikkeling” worden opgericht om institutionele relaties op nationaal en internationaal niveau te onderhouden. Hiermee onderstreept het Vaticaan zijn ambitie om de Maria-leer te positioneren als een instrument voor “solidariteit, rechtvaardigheid en wereldvrede”.




















