AMSTERDAM/BONN We stevenen af op Pasen 2026. Het belangrijkste feest voor de katholieke kerk. Maar hoe zit het met de mensen buiten de kerk, betekent Pasen nog iets?
Pasen is synoniem geworden voor vrije dagen, lente, meubelboulevard en pretpark, o ja en dan is er nog een Paashaas die eieren legt, verzin het maar….In het christendom wordt de opstanding van Jezus gevierd op de derde dag na zijn dood aan het kruis. De boodschap van het kruis en de opstanding vormt de basis van hun geloof. De kernboodschap is “dat uiteindelijk het leven zal zegevieren over de dood, de waarheid over de leugen, het recht over het onrecht, de liefde over de haat, en zelfs over de dood zelf”, zoals beschreven in de Katholieke Catechismus. Dit jaar valt Pasen op 5 april.
Voor veel van onze Oosterburen in Duitsland is Pasen blijkbaar niet langer alleen een religieus, maar ook een cultureel feest: dit blijkt uit een enquête van opinieonderzoeksinstituut YouGov in opdracht van het katholieke persagentschap KNA. Ruim een derde (35 procent) ziet Pasen als beide (“deels, deels”). 15 procent benadrukt het religieuze karakter, 22 procent het culturele. 9 procent ziet Pasen als een “voornamelijk cultureel” feest. Voor 11 procent is het belangrijkste feest voor christenen “voornamelijk” een religieuze gelegenheid. De rest gaf geen antwoord.
Ouderen hechten veel waarde aan het religieuze aspect.
Een belangrijke factor die de perceptie van Pasen beïnvloedt, is blijkbaar de leeftijd van de respondenten. In de leeftijdsgroep van 55 jaar en ouder beschouwt een bijzonder groot aantal (14 procent) Pasen voornamelijk als een religieuze feestdag, vergeleken met 6 procent in de jongste groep (18 tot 24 jaar). Het onderzoek laat ook kleine regionale verschillen zien: terwijl 12 procent van de respondenten in West-Duitsland Pasen voornamelijk als een religieus feest beschouwt, ligt dit percentage in Oost-Duitsland (voormalige DDR) slechts half zo hoog.
Voornamelijk religieuze redenen werden door 17 procent van de CDU/CSU-aanhangers genoemd. Onder degenen die sympathie hebben voor de FDP, was dit slechts 6 procent, onder de Linkse Partij 9 procent, onder SPD-kiezers 14 procent, onder Groenen 10 procent en onder AfD-leden 12 procent. – Volgens de gegevens werden 2.324 personen van 18 jaar en ouder online ondervraagd; de enquête is representatief voor de volwassen bevolking.




















